
Dit jaar geen vuurwerkverkoop: compensatieregeling voor vuurwerkverkopers
De komende jaarwisseling wordt een bijzondere voor vuurwerkondernemers. Vanaf de jaarwisseling 2026/2027 geldt in Nederland een landelijk verbod op de verkoop van consumentenvuurwerk. Voor honderden ondernemers betekent dat het einde van een belangrijke seizoensactiviteit of zelfs het verdwijnen van hun complete bedrijfsmodel. De overheid heeft inmiddels een compensatieregeling vastgesteld. Maar hoe zit die regeling precies in elkaar en is de vergoeding voldoende om de financiële gevolgen op te vangen?
Leestijd: 7 minuten
Laatste jaarwisseling met consumentenvuurwerk is voorbij
De Wet veilige jaarwisseling is op 1 augustus 2026 in werking getreden. Daardoor mogen consumenten tijdens de komende jaarwisseling geen regulier consumentenvuurwerk meer kopen en afsteken. De verkoop van licht F1-vuurwerk, zoals sterretjes en trektouwtjes, blijft wel toegestaan. Ook professionele vuurwerkshows blijven onder voorwaarden mogelijk.
Voor vuurwerkverkopers betekent het verbod een ingrijpende verandering. De verkoop van consumentenvuurwerk was voor veel ondernemers een belangrijke bron van inkomsten in de laatste dagen van december. Sommige winkels verkochten vuurwerk als aanvulling op hun gewone assortiment, bijvoorbeeld naast fietsen, tuinartikelen of andere producten. Voor andere ondernemers was vuurwerk juist de belangrijkste of zelfs enige bedrijfsactiviteit.
Volgens de officiële toelichting bij de compensatieregeling zijn er in Nederland ongeveer 850 vuurwerkdetailhandelaren. Daarvan hebben circa 775 ondernemers de vuurwerkverkoop als nevenactiviteit. Ongeveer 75 bedrijven richten zich vrijwel volledig op de verkoop van consumentenvuurwerk. Vooral voor die laatste groep is de impact groot: het belangrijkste verdienmodel valt weg.
Compensatie voor één jaar misgelopen winst
De overheid heeft voor vuurwerkdetailhandelaren een aparte regeling voor nadeelcompensatie opgesteld. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert deze regeling uit. Het gaat nadrukkelijk om een vergoeding voor schade die ondernemers rechtstreeks ondervinden door het vuurwerkverbod. De compensatie is opgebouwd uit drie onderdelen.
Ten eerste krijgen ondernemers een vergoeding voor één jaar misgelopen winst. Daarbovenop komt een opslag van 15 procent voor eenmalige kosten en ander nadeel. Tot slot ontvangen zij € 3.500 per verkooplocatie, met een maximum van vijf locaties per ondernemer.
De vergoeding is dus niet gebaseerd op de omzet die een winkel normaal gesproken met vuurwerk behaalde. De overheid kijkt naar de winst die door het verbod verloren gaat. Daarvoor is een vaste berekeningsmethode ontwikkeld.
Hoe wordt de compensatie berekend?
Voor de berekening kijkt RVO naar de inkoopwaarde van het vuurwerk tijdens een eerder verkoopjaar. Het uitgangspunt is de jaarwisseling 2024/2025. Dat jaar geldt als het laatste normale verkoopjaar. Bij de jaarwisseling 2025/2026 was het verbod namelijk al aangekondigd. Daardoor kochten consumenten en verkopers meer vuurwerk dan gebruikelijk en zou dat jaar een vertekend beeld geven.
Ondernemers mogen ook kiezen voor de jaarwisseling 2023/2024 of 2022/2023 als dat beter aansluit bij hun normale bedrijfsvoering. De inkoopwaarde wordt vervolgens vermenigvuldigd met een vastgesteld winstpercentage. Dat percentage verschilt onder meer op basis van de opslagcapaciteit en de inkooporganisatie waarbij de ondernemer was aangesloten. Ook wordt een inflatiecorrectie toegepast.
De berekende winstderving wordt verhoogd met 15 procent. Daarna komt het vaste bedrag per verkooplocatie erbij. De precieze uitkomst verschilt dus per onderneming.
De belangrijkste voorwaarden zijn dat de ondernemer in het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat ingeschreven, één of meer verkooplocaties in Nederland heeft en aantoonbaar vuurwerk heeft verkocht tijdens de jaarwisseling 2025/2026. Daarnaast moet de ondernemer ook in december 2022, 2023 of 2024 vuurwerk hebben verkocht. Het moet bovendien gaan om schade die daadwerkelijk door het vuurwerkverbod ontstaat.
Aanvragen vanaf 3 november 2026
Vuurwerkdetailhandelaren kunnen hun aanvraag indienen bij RVO. De aanvraagperiode loopt van dinsdag 3 november 2026 om 09.00 uur tot maandag 18 januari 2027 om 17.00 uur. Vanaf 2 november kunnen ondernemers alvast een conceptaanvraag klaarzetten.
Het is verstandig om de administratie en bewijsstukken tijdig bij elkaar te zoeken. Denk aan inkoopfacturen, gegevens over de verkooplocaties en documenten waarmee de verkoop in de relevante jaren kan worden aangetoond. Ondernemers met meerdere locaties hoeven maar één aanvraag voor het hele bedrijf in te dienen.
RVO verwacht vanaf half januari 2027 de eerste goedkeuringsbrieven en betalingen te kunnen versturen. De uitvoeringsorganisatie streeft ernaar om 80 procent van de aanvragen vóór 1 maart 2027 uit te betalen.
Investeringen in bunkers en opslagruimtes
De financiële gevolgen van het vuurwerkverbod beperken zich niet tot het wegvallen van de jaarlijkse winst. Veel vuurwerkverkopers hebben in de afgelopen jaren geïnvesteerd in speciale opslagvoorzieningen, bunkers, beveiliging en aangepaste verkoopruimtes. Die investeringen waren nodig om aan de veiligheidsvoorschriften te voldoen en consumentenvuurwerk op een verantwoorde manier te kunnen opslaan en verkopen.
Voor ondernemers die hun vuurwerkactiviteiten moeten beëindigen, is het de vraag wat er met die voorzieningen gebeurt. Een bunker die speciaal voor vuurwerkopslag is gebouwd, kan niet zonder meer worden gebruikt voor een andere bedrijfsactiviteit. Ook kunnen aanpassingen aan een winkelpand, installaties en beveiligingsvoorzieningen hun oorspronkelijke functie verliezen.
Daarnaast zitten sommige ondernemers nog vast aan huurcontracten. Wanneer een verkooppunt speciaal voor vuurwerk is ingericht en het huurcontract nog jaren doorloopt, kan dat een flinke financiële last worden. De ondernemer moet dan mogelijk huur blijven betalen voor een ruimte waarmee hij geen inkomsten meer kan genereren.
De vaste vergoeding van € 3.500 per verkooplocatie is mede bedoeld om kleine ondernemers tegemoet te komen bij dit soort bijkomende kosten, bijvoorbeeld bij het afkopen van een huurovereenkomst. Daarnaast is de opslag van 15 procent bedoeld voor eenmalige kosten en ander nadeel.
Dat betekent echter niet dat iedere investering afzonderlijk wordt terugbetaald. In de toelichting op de regeling stelt de overheid dat investeringen uit het verleden in veel gevallen al zijn terugverdiend. Ook wordt waardedaling van vastgoed niet zonder meer als vergoedbare schade beschouwd. De overheid weegt mee dat het vuurwerkverbod al langere tijd onderwerp van discussie was en daardoor voor ondernemers niet volledig onverwacht kwam.
Voor ondernemers die kort geleden nog grote investeringen hebben gedaan, kan dat een teleurstelling zijn. De compensatie is een tegemoetkoming in de berekende schade, geen volledige vergoeding van alle gemaakte kosten en toekomstige inkomsten die wegvallen.
Importeurs krijgen een andere compensatieregeling
Voor vuurwerkimporteurs is een afzonderlijk compensatietraject afgesproken. Hun bedrijfsvoering verschilt van die van de meeste detailhandelaren. Importeurs zijn vaak vrijwel volledig afhankelijk van de vuurwerkbranche en hebben te maken met een lange inkoop- en verkoopcyclus. Die kan ongeveer anderhalf jaar beslaan.
Voor deze bedrijven is het uitgangspunt een vergoeding van drie jaar misgelopen winst. Daarnaast kunnen zij een tegemoetkoming krijgen voor andere kosten die rechtstreeks voortvloeien uit het verbod. De overheid noemt onder meer transitievergoedingen voor personeel dat moet vertrekken en verlies op voorraden die niet meer verkocht kunnen worden.
De regeling voor importeurs wordt via een convenant uitgewerkt. Het is dus niet dezelfde aanvraagregeling die vanaf 3 november voor detailhandelaren opengaat.
Vuurwerkverkopers zoeken een nieuwe toekomst
Niet iedere vuurwerkverkoper hoeft door het verbod zijn onderneming te beëindigen. Voor een groot deel van de detailhandelaren was vuurwerk immers een aanvullende activiteit naast een andere winkel of onderneming. Denk aan fietsenwinkels, tuincentra en andere detailhandelsbedrijven die in december tijdelijk vuurwerk verkochten.
Voor deze ondernemers ligt het voor de hand om zich weer volledig op hun oorspronkelijke assortiment en klanten te richten. De winkel blijft bestaan, maar de jaarlijkse piek in omzet en winst aan het einde van december verdwijnt. Dat kan gevolgen hebben voor de personeelsbezetting, de voorraadplanning en de financiële ruimte om andere activiteiten te ontwikkelen.
Voor ondernemers die vrijwel uitsluitend van vuurwerkverkoop leefden, is de omschakeling veel ingrijpender. Zij moeten bepalen of hun pand geschikt is voor een andere winkelactiviteit, of er voldoende vraag is naar een nieuw assortiment en of de bestaande investeringen nog bruikbaar zijn. Sommige ondernemers zullen hun winkel ombouwen tot een reguliere detailhandel, terwijl anderen mogelijk kiezen voor een compleet andere branche of hun bedrijf beëindigen.
Ook binnen de vuurwerkbranche zijn er mogelijkheden om activiteiten te verleggen. Professionele vuurwerkshows blijven onder voorwaarden toegestaan. Ondernemers met de juiste certificaten en expertise kunnen zich daarom meer gaan richten op evenementen en professionele vuurwerkontbrandingen. Dat is echter niet voor iedere voormalige vuurwerkverkoper een haalbaar alternatief. Het vraagt om andere kennis, vergunningen, veiligheidsvoorzieningen en een ander soort klantenkring.
De omschakeling vraagt dus om meer dan alleen een nieuw product in de winkel. Ondernemers moeten opnieuw kijken naar hun markt, hun bedrijfsruimte, hun investeringen en hun verdienmodel.
Wat betekent het vuurwerkverbod voor ondernemers?
De nadeelcompensatie biedt vuurwerkdetailhandelaren een financiële tegemoetkoming, maar neemt niet alle gevolgen van het verbod weg. Zeker voor bedrijven die volledig afhankelijk waren van de verkoop van consumentenvuurwerk, blijft de overstap naar een andere activiteit een grote uitdaging.
| Onderdeel | Wat is geregeld? |
|---|---|
| Misgelopen winst detailhandel | Eén jaar berekende winstderving |
| Extra vergoeding | 15% opslag over de misgelopen winst |
| Vast bedrag | € 3.500 per verkooplocatie |
| Maximum locaties | Vijf per ondernemer |
| Aanvraagperiode | 3 november 2026 tot 18 januari 2027 |
| Compensatie importeurs | Uitgangspunt: drie jaar winstderving plus bepaalde extra kosten |
| F1-vuurwerk | Verkoop blijft toegestaan |
| Professionele vuurwerkshows | Blijven onder voorwaarden mogelijk |
Een nieuw hoofdstuk voor de vuurwerkbranche
Het vuurwerkverbod betekent voor veel ondernemers het einde van een traditie en een jarenlang opgebouwd verdienmodel. De compensatieregeling biedt financiële ondersteuning, maar maakt niet iedere ondernemer volledig schadeloos. Vooral de waarde van gespecialiseerde opslagruimtes, langlopende huurcontracten en investeringen die niet meer bruikbaar zijn, kunnen voor problemen zorgen.
De komende maanden worden daarom belangrijk voor de branche. Ondernemers moeten niet alleen beoordelen of zij in aanmerking komen voor compensatie, maar ook nadenken over de toekomst van hun bedrijf. Voor de ene winkel betekent dat terugkeren naar de oorspronkelijke bedrijfsactiviteiten. Voor de andere ondernemer wordt het een compleet nieuwe start in een andere branche.
De vuurwerkverkoop verdwijnt uit de Nederlandse winkels, maar de ondernemers achter die winkels zijn daarmee niet verdwenen. Voor een deel van hen begint nu de uitdaging om met hun ervaring, kennis en ondernemerschap een nieuw verdienmodel op te bouwen.
















